Bij de aankoop van een bureaustoel is ten eerste van groot belang wat voor mechanisme de bureaustoel heeft. De meeste mechanismes betreffen beweging- of kantelmechanismes die ervoor zorgen dat men dynamisch op de stoel kan werken. Dat houdt in dat de stoel met jouw lichaam meebeweegt zodat je stofwisseling op gang blijft: een vrij cruciale functie dus. Mechanismes kantelen de rugleuning en/of zitting synchroon dan wel tegelijkertijd. Expert Mark van der Sloot benoemt alle soorten mechanismes en de bijbehorende eigenschappen.

Synchroonmechaniek

De synchroonmechaniek is het meest gebruikte mechanisme: naar schatting is dit mechanisme in 80 tot 90 procent van de bureaustoelen geïntegreerd. Dit mechanisme zorgt ervoor dat de zitting tezamen met de rugleuning naar achteren kantelen wanneer het systeem ontkoppeld is (wanneer de stoel dus niet meer in de ‘vaste’ stand zit). Toch zijn er verschillen aan te duiden per synchroonmechaniek. Ten eerste de manier waarop het mechanisme kan worden ingesteld, maar ook de verhouding tussen rugleuning en zitting. De meeste synchroonmechanismes hanteren een verhouding van 1 op 2.5: op het moment dat de zitting 10 graden naar achter kantelt, dan kantelt de rugleuning 25 graden naar achteren; de opening wordt aldus groter. Sommige synchroonmechanismes hanteren een verhouding van 1:4 en andere 1:1.

De voordelen van deze mechaniek is dat je rug op ergonomische wijze wordt opgevangen. Omdat het mechanisme te ontkoppelen is, kun je beweging goed stimuleren. Ook is de tegendruk goed in te stellen zodat het niet voelt alsof je naar voren wordt gedrukt. Dit instellen doe je dat aan de hand van een draaibare knop aan de zij- of onderkant van de stoel. De bedoeling is dat je de stoel instelt zodat je als het ware zwevend zit. Dat wil zeggen: dat de leuning soepeltjes naar achteren kantelt wanneer je je armen naar achteren laat hangen.

Floating Tilt Mechanisme

Dit mechanisme is van Scandinavische bodem en zoals we van onze Noorderburen gewend zijn is dit ontwerp doordrenkt van vernuft. De floating tilt mechaniek behelst een systeem waarbij de zitting los zit en naar voren en achteren kantelt. De rugleuning is synchroon en beweegt mee. Door de onderkant door middel van beweging in te stellen stimuleer je de corespieren en went je lichaam vanzelf aan een rechte, natuurlijke houding. Vergelijk het met op een ballon zitten: als je op het bewegende oppervlak zit moet je je best doen om balans op te zoeken, hetgeen uiteindelijk resulteert in een rechte houding.

Schommelmechanisme

Bij een schommelmechanisme blijft de hoek tussen de zitting en rug een statische 90 graden. Wel kantelt de stoel dynamisch naar voren en achter om beweging op gang te houden. Er is geen tegendruk in te stellen; aldus train je je lichaam om balans op te zoeken en een goede houding te vinden die bij jouw lichaam past.

Verder bestaan er nog een aantal mechanismen die varianten vormen op voornoemde mechanismen:

Slidingmechaniek

Bij de slidingmechaniek zit de stoel standaard los - in bewegingsmodus dus. Wanneer je naar achter leunt dan schuif de zitting naar voren, op basis van jouw beweging en gewicht. De tegendruk wordt dus automatisch voor je geregeld door middel van jouw postuur.

Negatieve zitneiging

Veel stoelen hebben een negatieve zitneiging; hierbij kantel je ietwat naar voren op de stoel. Dit werkt prettig omdat je het bekken hiermee naar voren duwt, waarmee je rug in een natuurlijke houding staat. Nadeel is dat dit onprettig aanvoelt bij beweging.

Permanente rugcontact

Bij dit mechanisme blijft de zitting recht, maar kantelt de rug naar achteren. Bij sommige stoelen is dit naar gewicht in te stellen; bij sommige niet. Deze techniek komt echter vrijwel niet meer voor omdat het geen fijne manier van zitten stimuleert.